De eerste pagina van Einsteins dankwoord.
De eerste pagina van Einsteins dankwoord. © Museum Boerhaave

Wetenschapshistoricus: 'Tentoongesteld Einstein-stuk is helemaal niet geschreven door Einstein'

Dankbriefje uit 1923 zou zijn geschreven door Einsteins nicht Ilse

Een handgeschreven dankbriefje van Albert Einstein uit 1923 dat sinds deze week in Rijksmuseum Boerhaave in Leiden wordt tentoongesteld, is niet van Albert Einstein.

Althans: het zijn vermoedelijk wel zijn woorden, maar het handschrift is van zijn nicht Ilse, die als Einsteins secretaresse optrad en die mogelijk ook zijn geliefde was. Het begeleidende briefje is wel Einsteins handschrift.

Dat schrijft de Amsterdamse wetenschapshistoricus prof. Anne Kox, emeritus hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam, in een boze brief aan Boerhaave. Kox was lang betrokken bij het internationale project waarbij het hele archief van Einstein wordt gepubliceerd.

Als hier een misverstand in het spel is, is dat spijtig

Dirk van Delft, directeur van Boerhaave

Kox zegt zich te storen aan de suggestie van het Leidse museum dat het bij het dankbriefje om een origneel handschrift van Einstein gaat.

Directeur Dirk van Delft van Boerhaave zegt in een reactie niet zwaar aan de kwestie te tillen. 'Als hier een misverstand in het spel is, is dat spijtig. Van de schenker van het stuk heb ik steeds begrepen dat het dankwoord van Einstein is en het briefje aan Ilse gedicteerd.' Hij zegt niet van plan te zijn iets aan de presentatie in het museum te veranderen. Daar is alleen sprake van een 'bedankbrief en dankwoord van Einstein'.

De twee Einsteinstukken komen uit de nalatenschap van de Amsterdamse prof. Delprat die destijds voorzitter was van het Genootschap ter bevordering van Natuur-, Genees- en Heelkunde. Dat gezelschap kende Einstein een gouden medaille toe, die de Duitse geleerde op 13 december 1923 in ontvangst nam. Op verzoek stuurde hij het Genootschap later die maand vanuit Berlijn alsnog zijn dankwoord op papier met begeleidende brief, beide handgeschreven.

Ik moest het toevallig in de krant lezen

Anne Kox, hoogleraar

Afgelopen maandag droeg een nazaat van Delprat de stukken over aan het museum, tegelijk met een schenking van een verzameling persoonlijke spullen van Nobelprijswinnaar Hendrik Lorentz, tijdgenoot en vriend van Einstein.

In zijn brief klaagt hoogleraar Anne Kox vooral over de biografie van Lorentz die museumdirecteur Van Delft na zijn aanstaande pensionering zegt te gaan schrijven, samen met de Leidse emeritus-hoogleraar Frits Berends. Kox zelf publiceert binnenkort het tweede deel van de verzamelde werken van Lorentz en werkt al zeker tien jaar aan een biografie, met een contract bij twee grote uitgeverijen.

Hij zegt verbaasd te zijn over de concurrerende biografie. 'Ik moest het toevallig in de krant lezen. Het was fatsoenlijk geweest als Van Delft had geïnformeerd hoe het met mijn project gaat en zijn eigen plan kenbaar had gemaakt. Dit is achterbaks en oncollegiaal gedrag, een wetenschapshistoricus onwaardig.'

Het gaat om wetenschappelijk fatsoen

Anne Kox, hoogleraar

Dirk van Delft, hoogleraar wetenschapsgeschiedenis in Leiden en oud-NRC-journalist, is op zijn beurt verbaasd over Kox' verwijten. 'Het is een merkwaardige gedachte dat als Kox al tientallen jaren aan een biografie van Lorentz werkt, en wie weet nog hoeveel jaren meer, iemand anders niet met zo'n biografie mag beginnen.'

Maar, zegt Kox, het gaat niet om een claim. 'Het gaat om wetenschappelijk fatsoen. Er bestaat nog zoiets als prioriteit en integriteit, maar kennelijk is Van Delft zich daar als journalist inplaats van wetenschapsman niet van bewust.'

Aanvullingen en verbeteringen
In een eerdere versie waren door een misverstand brief en dankwoord verwisseld.