Een Bajau-visser in actie.
Een Bajau-visser in actie. © HH

Deze onderwatervissers veranderen door evolutie langzaam in 'aquamensen'

Evolutie van de mens gaat nog door

Een volk van onderwatervissers heeft een flink vergrote milt. Dat help bij het duiken, want de milt geeft extra zuurstof in het bloed. Die milt krijgen ze niet door oefening: hun genen zijn erop aangepast, ontdekten wetenschappers.

De mens evolueert dus écht nog steeds. Een volk van Aziatische onderwatervissers genaamd de Bajau blijken een tot wel anderhalf keer zo grote milt te hebben als naburige volkeren. Een duidelijke aanpassing op het langdurige duiken, stellen wetenschappers uit onder meer Nijmegen, want een grotere milt zorgt voor meer zuurstof in het bloed.

De Bajau - 'zeenomaden', zoals ze plaatselijk heten - zijn in feite op weg een soort zeewezens te worden, een beetje zoals de Weddellzeehond, die ook een vergrote milt heeft. Bewijs dat Darwins proces van geleidelijke verandering door natuurlijke selectie nog volop inwerkt op de mens, schrijft een onderzoeksgroep onder leiding van de Deens-Amerikaanse bioloog Rasmus Nielsen in vakblad Cell. 

Walvissen waren ook ooit een soort koeien die evolueerden tot zeewezens

Mihai Netea, Radboud UMC

Lang dachten onderzoekers dat de mens wel zo'n beetje is ontsnapt aan de ijzeren wetten van de evolutie, omdat techniek en geneeskunde ons beschermen tegen de grillen van de natuur. Maar de laatste decennia vinden wetenschappers aanwijzingen dat mensenlijven zich nog steeds aanpassen aan de omstandigheden. Zo hebben bewoners van hooggebergten een genetische verandering waardoor ze beter kunnen ademen in ijle lucht, en lopen de meeste mensen rond met extra versies van een gen waardoor we granen beter kunnen verteren.

En nu dus de onderwatermensen van de Suluzee, tussen Indonesië en de Filipijnen. De Bajau duiken al vele eeuwen, slechts gewapend met een houten duikbril en een speer, naar octopus, vis en zeekomkommer. Dat hun grotere milt echt vastligt in hun lichaamsplan, bewijst de genetica: de Bajau hebben een recente verandering in een gen dat verband houdt met het bouwplan voor de milt. Bovendien hebben ook niet-duikende Bajau een grotere milt. Bewijs dat de verandering ingeslepen is in de gehele bevolking, en niet gewoon tijdens het leven ontstaat door veel te oefenen.

Supermensen

'Fascinerend om te beseffen dat er een soort supermensen onder ons zijn, met dit soort buitengewone vaardigheden', vindt de Deense promovendus Melissa Ilardo, die het veldwerk uitvoerde. 'Maar ik denk dat natuurlijke selectie veel krachtiger is dan we soms denken. Misschien moeten we er op meer, ook onverwachte plekken naar zoeken.'

Dat vindt ook Mihai Netea van het Radboud UMC, die de lab-analyses leidde. 'Als deze mensen een paar miljoen jaar zo door zouden leven, kun je je voorstellen dat ze misschien een soort dolfijnen of walvissen zouden worden', constateert hij. 'Walvissen waren ook ooit een soort koeien die evolueerden tot zeewezens.' In werkelijkheid zal de moderne leefstijl roet in het eten gooien, verwacht Netea. 'Maar waarschijnlijk zitten er ook in de moderne westerse levensstijl zaken die de evolutie beïnvloeden. Hier, nu, bij ons.'

De duikreflex

De milt speelt een hoofdrol bij de duikreflex, een lichaamsreactie als we ons gezicht in het water dompelen en de adem inhouden. Terwijl de hartslag daalt en adertjes in de lichaamsuiteinden samentrekken, trekt ook de milt samen, om als een spons die wordt uitgeknepen meer zuurstofrijke bloedcellen in de bloedbaan te brengen. Hoe groter de milt, des te meer zuurstof. Ook hebben de Bajau veranderingen in een gen dat onderzoekers in verband brengen met de samentrekkende adertjes.

Netea verwacht dat begrip van de duikreflex ook medisch nut kan hebben, bijvoorbeeld om transplantatieorganen langer goed te houden. 'Misschien kunnen we deze aanpassing op laag zuurstofgehalte met bepaalde stoffen nabootsen', zegt hij. Ook kan de duikreflex wellicht de weg wijzen naar kankermedicijnen die tumoren als het ware laten verdrinken, door een soort omgekeerde duikreflex op te roepen, mijmert Netea.

Een 'heel mooi verhaal', reageert ook biochemicus Bas de Laat  van de Universiteit Maastricht, die zelf onder meer onderzoekt hoe de bloedsomloop zich aanpast aan inspanning en hoogte. 'Je ziet hier heel goed wat er gebeurt als mensen door de generaties heen bepaald gedrag aannemen: in dit geval, ze krijgen een grotere milt.'

De evoluerende mens

Melkdrinkers
Dat veel mensen melk kunnen drinken, komt door een genetische wijziging die 9.000 jaar geleden ontstond in de Oeral en nogmaals in Afrika, 5.000 jaar geleden. Door de mutatie blijven we ook na de zuigelingentijd 'lactase' aanmaken, een enzym dat melksuiker afbreekt. Een aanpassing op de veeteelt.

Bergbewoners
De bewoners van de hooggebergten in Tibet, de Andes en Ethiopië hebben genetische veranderingen ondergaan waardoor ze beter kunnen overleven in de ijle lucht op grote hoogte. Hun bloed neemt makkelijker zuurstof op en blijft dun, zodat er geen stolsels ontstaan.

Graaneters
Waarschijnlijk is uw speeksel rijk aan amylase, een enzym dat zetmeel afbreekt. Een evolutionaire aanpassing op de landbouw. Overal waar men granen ging verbouwen, breidde het aantal amylasegenen zich uit, zodat we efficiënter suikers kunnen opnemen uit rijst, knollen en granen.

Arseeneters
In het Argentijnse plaatsje San Antonio de los Cobres heeft de evolutie iets bedacht op het vele giftige arseen dat er van nature veel voorkomt. De plaatselijke bevolking heeft een genetische mutatie opgedaan waardoor hun lichamen arseen veel beter kunnen afbreken.

IJskonijnen
De Inuit ('eskimo's') van Groenland, Alaska en Canada hebben allerlei aanpassingen op het leven in de kou. De opvallendste, drie jaar geleden ontdekt: een hele batterij enzymen waarmee ze het vele vet uit hun voeding beter kunnen verwerken.