Beneatha's Place.
Beneatha's Place. © Dustin Thierry

Beneatha's Place is een hoopgevend 'zwart toneelstuk' over racisme toen en nu

Joy Wielkens (Beneatha) en Mandela Wee Wee (Joseph) spelen intens en met de nodige humor.

Beneatha's Place; Theater; Van Kwame Kwei-Armah door Well Made Productions, regie Teunkie van der Sluijs. 3/5, Stadsschouwburg Amsterdam. Tournee t/m 3/6.

Beneatha's Place is, ondanks alle dramatische verwikkelingen en de licht ontvlambare thematiek van racisme en discriminatie, een hoopgevend toneelstuk. Verandering, hoe klein en langzaam ook, is mogelijk. Dat blijkt niet alleen uit het verhaal, maar ook uit het feit dat dit 'zwarte toneelstuk', geproduceerd door Well Made Productions, afgelopen weekend in Amsterdam eindelijk zijn Europese première kreeg.

De Brits-Caraïbische Kwame Kwei-Armah schreef het in 2013 als vervolg op A Raisin in the Sun van Lorraine Hansberry, dat uit 1959 dateert en dat Well Made Productions al eerder naar Nederland haalde. Kwei-Armah pakt de dochter uit dat stuk, Beneatha Youger, en maakt haar tot hoofdpersoon. Haar verhaal is een studie naar de betekenis van zwarte identiteit in een witte wereld én de worsteling van een vrouw voor wie haar huidskleur bepalend was voor de loop van haar leven.

Beneatha's Place is in de eerste plaats een ambachtelijk gemaakt well-made play: het heeft een kop en een staart, afgeronde personages en goed getimede verrassingen. Soms is het een tikje sentimenteel of voorspelbaar, maar dat is niet erg, dankzij met name Joy Wielkens (Beneatha) en Mandela Wee Wee (haar man Joseph) die hun rollen met de nodige intensiteit en humor inkleuren.

Kwei-Armah toont twee cruciale momenten uit het leven van Beneatha, waartussen (in de pauze) vijftig jaar zijn verstreken. Hij gebruikt deze constructie om het verschil in racisme uit de jaren vijftig en dat van nu te laten zien. Het eerste is van het openlijke, onbeschaamde soort; het tweede meer van het verstopte, verontwaardigde soort: het witte privilege. Tegelijk zien we hoe het verleden altijd een plek inneemt in het heden.

In het eerste deel hebben de jonge Beneatha en Joseph zojuist Amerika verruild voor Nigeria. Hij is een bekend oppositieleider, zij studeert medicijnen. Ze proberen hun waardigheid te behouden tegenover twee witte zendelingen die hun ingebeelde superioriteit niet onder stoelen of banken steken. In een mooie, kleine rol als oude tante waarschuwt Jetty Mathurin haar nichtje Beneatha: Als een witte man met cadeautjes komt, pas dan heel goed op! En ja hoor, prompt komt de witte buurman het stel welkom heten met een warme taart. Even later probeert hij Joseph om te kopen met grof geld. Tegenover de karikaturale, witte rollen (gespeeld door Fockeline Ouwerkerk, Boris van der Ham en Yorick Zwart) staan de twijfelende en onzekere Beneatha en Joseph, die al snel de bodem onder hun bestaan weggeslagen zien worden te midden van een ontploffende onafhankelijkheidsstrijd.

Deel twee is een stijlbreuk. Familiedrama wordt opeens academisch debat. Het is de 21ste eeuw. Beneatha is decaan aan de universiteit en is met haar dreadlocks en kleding perfect gemodelleerd naar de Nederlandse hoogleraar antropologie Gloria Wekker. Volgt een schreeuwerige discussie over de naamsverandering van de vakgroep 'Afro-westerse wetenschap' in 'Kritische witheidsstudies'. De hoofdzakelijk witte hoogleraren worden geacht progressief te zijn, maar laten snel hun masker zakken, om te veranderen in verongelijkte figuren die bang zijn hun privileges te verliezen. In dit zwakkere, afstandelijkere tweede deel wordt de discussie die Bergtop en Tjon A Meeuw willen voeren te letterlijk op toneel gebracht. Het is dankzij de spelers en regisseur Teunkie van der Sluijs dat dit eigenaardige stuk de volle tweeënhalf uur genietbaar blijft. De scènes zijn snel en er mag ook gelachen worden. De vertaling van Esther Duysker treft wat dat betreft op veel momenten de juiste ironische toon. Sterk is ook het decor dat bestaat uit een grote verzameling oude advertenties en afbeeldingen met racistische stereotypen: blackface, dikke lippen, de cover van het kinderboek Drie nikkertjes. De afbeeldingen versterken het ongemak van de vele confrontaties tussen zwart en wit op het toneel, als echo's uit een verleden dat nog altijd doorwerkt in zoveel levens.


Succesverhaal

Nederland verrijken met broodnodig 'bicultureel theaterrepertoire' begint te lukken.

Het is een opvallend succesverhaal, van theaterproducent Well Made Productions. Het begon in 2015, toen oprichters Samora Bergtop en Ellen Tjon A Meeuw met behulp van crowdfunding genoeg geld bij elkaar kregen om het toneelstuk A Raisin in the Sun van Lorraine Hansberry te produceren. Dat werd een groot succes en ze wonnen in 2017 prompt de Amsterdamprijs voor de Kunst. Afgelopen donderdag ging in een afgeladen grote zaal van de Stadsschouwburg de opvolger Beneatha's Place van Kwame Kwei-Armah in première. Bergtops en Tjon A Meeuws missie, Nederland verrijken met broodnodig 'bicultureel theater-repertoire', werpt zijn vruchten af. Dode, witte mannen als Tsjechov en Ibsen mogen een paar stoeltjes opschuiven, er lijkt inmiddels ruimte te zijn voor andere gezichten.