Tv-recensie: Het gebabbel van tv-kok Jeroen Meus is zo smakelijk dat je zijn commentaar alleen al zou uitserveren
©

Tv-recensie: Het gebabbel van tv-kok Jeroen Meus is zo smakelijk dat je zijn commentaar alleen al zou uitserveren

Tv-recensie Frank Heinen

Aan sommige zinnen komt geen einde. Het zijn toverballen die nooit hun smaak verliezen, Willy Wonka-achtig fantasiesnoepgoed, maar dan echt.

Le but de la vie c'est la vie, is zo'n zin. De zin van het leven is het leven zelf.

Het origineel is geloof ik van Camus maar Joost mag weten waar die de moutard destijds vandaan had. Vrijdagavond was het een van de broers Verbaere die hem uitsprak, die zin, aangehoord door Jeroen Meus.

Meus is kok. Tv-kok. Elke werkdag, direct na alle verschrikkingen van het journaal op het Belgische Eén, presenteert hij al ongeveer sinds de uitvinding van de kleuren-tv Dagelijkse Kost - en toch oogt en klinkt hij nog altijd als een briljante banketbakkersleerling. Kalmpjes kletsend draait Meus in zijn dagelijkse kwartier iets ouderwets lekkers in elkaar, met 'groentjes', 'hesp' en 'ballekes'. Meus' gebabbel is zo smakelijk dat je zijn commentaar alleen al zou moeten uitserveren. Wel gebraden in een dikke klont roomboter, want de ware Meus-aficionado is niet te zeer gehecht aan z'n taille.

Nu is er Goed Volk, een documentaireserie waarin Meus zich 'binnenkookt' in gesloten gemeenschappen. Vorig jaar al in België uitgezonden, nu bij de VPRO. In de eerste aflevering, vorige week, bivakkeerde hij in een bordeel in Nevada. Het deed nogal denken aan de films die Louis Theroux ooit over een vergelijkbare plek maakte. Weer die melancholische zinnen van de werkneemsters, dat drijfzand van alledaagse niksigheden waarin zelfs het meest spectaculaire bestaan vroeg of laat wegzakt, die verveling en weer die ene vaste gast die na elk bezoek met een huwelijksaanzoek komt aankakken. En Jeroen Meus staat erbij, kijkt ernaar en stelt precies die ene, juiste vraag.

De ware Meus-aficionado is niet te zeer gehecht aan z'n taille

'Ik kleur graag buiten de lijntjes,' zegt een van de prostituees. 'Ik houd bijvoorbeeld van anale seks.'

Meus: 'Hou je ook van pompoensoep?'

Vrijdag was Jeroen te gast bij de Verbaeres. Een viermanschap van heren op leeftijd, wonend in de hoeve van hun ouders. Af en toe werd ingezoomd op de klok, als om te bewijzen dat die wel degelijk liep. In het voortschrijden van de tijd hadden de broers schijnbaar weinig erg: hun leven oogde als een overzichtelijk bouwwerk van voornamelijk anachronistische herhalingen. Steeds dezelfde dag, met dezelfde soep, die op dezelfde tijd in hetzelfde tempo naar binnen gelepeld werd, dezelfde kippen en hetzelfde behang. De voornaamste veranderingen betroffen de subtiele accenten die regisseur Kat Steppe legde bij de beelden van vier levens die zich in doelgerichte kalmte ontvouwden. En die keer dat Meus vol-au-vent kookte en de vaste lunchtijd moest worden aangepast. Het was fantastisch.

Geen van de broers had ooit een gezin gesticht.

'Misschien zijn wij kind gebleven,' mijmerde een van hen. Een mooi inzicht dat een eindeloze stroom geklets had kunnen loswoelen, maar voorbijgleed als een intercity aan een dorpsstation. Even was het er, heel erg, en daarna was het weer weg.

V's televisierecensententeam bestaat uit Julien Althuisius, Hanna Bervoets, Gidi Heesakkers, Haro Kraak en, deze week, Frank Heinen.


'Ik heb het moeten beloven aan mijn vrouw: nooit meer een eigen restaurant'

Doordringen tot mensen via hun eten, dat doet de Vlaamse tv-kok Jeroen Meus (40) in zijn bekroonde serie Goed Volk. We sprakem hem eerder deze maand.