Het apocalyptische 'Toekomstig huis van de levende god' jaagt nog écht schrik aan

Louise Erdrich - Toekomstig huis van de levende god

Een apocalyptisch verhaal dat nog écht schrik aanjaagt: Louise Erdrich krijgt het voor elkaar met Toekomstig huis van de levende god, waarin de evolutie stopt en terugloopt.

Het genre van de dystopie is zo populair geworden, dat er geen dreiging meer van uitgaat. Vermoedelijk is dat slecht nieuws. Dat we niet meer schrikken van een dystopietje meer of minder, in films en romans, duidt op een zekere gewenning aan doemscenario's. Zolang de kunst zich daarmee bezighoudt, hoeven wij nog niet te panikeren - zou het dat zijn? Of duidt de toegenomen immuniteit voor het genre erop dat de werkelijkheid al zo opdringerig en rampzalig is - van terreuraanslagen tot milieurampen - dat een dystopie bij voorbaat geruststelt, omdat de daarin geschetste wereld tenminste nog niet is begonnen?

Louise Erdrich
Toekomstig huis van de levende god
Uit het Engels vertaald door Arjaan en Thijs van Nimwegen
De Bezige Bij; 304 pagina’s; € 19,99.

Diabolische experimenten en apocalyptische taferelen: je moet van goeden huize komen om het publiek daarmee aan het rillen te krijgen. Haruki Murakami kwam een heel eind in zijn trilogie 1q84 (2009-2010), maar de cadans van zijn proza is zo meeslepend dat zijn geheimzinnige wereld je eerder aantrekt dan beangstigt. Het genre van de dystopie loopt op zijn laatste benen; het heden is enger dan welk toekomstbeeld ook kan zijn. Van die vaststelling zouden we pas somber kunnen worden.

Ware het niet dat Louise Erdrich (1954) er ook nog is. De productieve auteur die we in Nederland nog niet goed kennen, eigenaar van een boekhandel in Minnesota, en behorend tot de stam van de Ojibwe ofwel Chippewa-indianen, wordt beschouwd als de belangrijkste hedendaagse Native American-schrijver. Die kwalificatie is goedbedoeld, maar stopt haar ook weer in een reservaat. Alsof haar werk vooral belangrijk is doordat ze deel uitmaakt van de grootste groep inheemse Amerikanen in het noorden.

Ronduit sinister

Dat zou haar tekortdoen, zo bewijst Toekomstig huis van de levende god, de vertaling van haar roman die vorig jaar in Amerika verscheen, een dystopie die je ouderwets de stuipen op het lijf jaagt. Hoe krijgt Erdrich dat voor elkaar? In het Minnesota van haar roman is de evolutie niet alleen tot stilstand gekomen, ze verloopt zelfs in omgekeerde richting. Mensen krijgen primitievere nazaten, dieren nemen weer oervormen aan, en kluwens golvende bladeren 'verheffen zich in het woeste zonlicht'. Mensen gooien hun telefoons weg, want iedereen wordt afgeluisterd en overal zoemen drones rond, en oren, doorzichtig en zwevend, die je kunt plattrappen als een slak.

Dat is nog tot daaraan toe, en hoort min of meer tot de folklore van het genre. Ronduit sinister echter is de politie die zwangere vrouwen oppakt en in bewaakte ziekenhuizen stopt, waar er met hen geëxperimenteerd gaat worden - om een ras te kweken dat bestendig is voor de nabije toekomst.

'Misschien was de hele schepping, van fruitvliegje tot olifant, niet meer dan een uiterst ingewikkelde gedachte die God ingespannen zat uit te werken, tot hij plotseling in slaap viel. Dan zijn we dus een idee', schrijft de zwangere verteller Cedar Hawk Songmaker (26) in het notitieboek dat ze in het geheim voor haar aanstaande kind bijhoudt. 'Misschien heeft God besloten dat we een idee zijn dat het overdenken niet meer waard is.'

Krachtig tegengas

Verschillende elementen uit dit rijke avonturenverhaal doen denken aan De ontdekking van de hemel (1992) van Harry Mulisch en Laat me nooit alleen (2005) van Kazuo Ishiguro, terwijl de surrealistische vegetatie Ruisend gruis (1995) in herinnering brengt, de wonderlijke laatste roman van W.F. Hermans. Maar het antwoord van Louise Erdrich op de vraag of we onze ziel aan het verliezen zijn, is hoogst verrassend. Haar verteller is als baby geadopteerd en voordat ze zelf een kind krijgt, legt ze contact met haar biologische moeder, lid van de Ojibwe-stam in een reservaat. Dat is een ontnuchterende ervaring - ze ontdekt dat haar moeder en partner een tankstation beheren, en toen Cedar geboren werd als Mary Potts was haar moeder een gedrogeerde punker. De biologische vader zou 'een soort medicijnman' geweest zijn.

Voor haar kennismaking met vroeger is niet veel tijd. Cedar is zwanger, en moet onderduiken om te ontkomen aan de ziekenhuizen en geboortecentra. Wie kan ze vertrouwen? Haar eigen partner niet, moet haar conclusie zijn als ze wordt opgepakt en inderdaad in zo'n boosaardig ziekenhuis belandt waar zusters rondwaren die bij de gevangenen haar afknippen, bloed aftappen en wangslijm controleren.

Dit boek is het notitieboek van Cedar. Of zij zelf onder invloed is van middeltjes die haar zijn toegediend, weten we niet. En zij richt zich tot haar kind, het nieuwe leven, waardoor ze beseft 'niet aan het eind te staan van alles, maar aan het begin', en merkt dat haar liefde voor schoonheid en de wil tot overleven ondanks alles behouden blijft. Een omgekeerde evolutie, terug naar het begin, kan ook een nieuwe start betekenen. Dat klinkt zoetsappig, maar Erdrich geeft die passages krachtig tegengas door de actie in het boek, die Cedar zelfs tot een moord aanzet, een spectaculaire vlucht uit het ziekenhuis en onverwachte confrontaties met familie en vrienden.

Welkome onheilsboodschap

Te veel losse eindjes, kreeg Erdrich vorig jaar van sommige Amerikaanse critici te horen. Een ridicuul verwijt, gezien het genre. De auteur tast de toekomst af, en ziet in een haperende of regressieve evolutie niet alleen nadelen. Méér dan alleen grappig is de overdenking van Eddy, de partner van haar echte moeder: 'Een biologische Apocalyps is een paardenmiddel om de depressie van een Indiaan te verhelpen, maar allemachtig, soms is het hier de hemel op aarde, en ik heb momenten dat ik me gewoon geweldig voel.'

Of zijn we depressiever dan ooit, als we zelfs een onheilsboodschap gaan verwelkomen? In dit verhaal heeft elke dreiging én elke opluchting een keerzijde. Je kunt Toekomstig huis van de levende god niet van een afstand bekijken om een weloverwogen mening te bepalen. Daarvoor schrijft Louise Erdrich te goed. Je zit erin.