Een aangename intimiteit in de Ziggo Dome, maar het schort bij Sam Smith aan krachtige, opzwepende nummers

Concert (pop) - Sam Smith

Sam Smith. 2/5, Ziggo Dome, Amsterdam. Herhaling: 5/5.

Sam Smith heeft woensdagavond in de Ziggo Dome een langwerpig podium neergezet dat tot halverwege de zaal reikt en haaks op het gewone podium staat, dat slechts als decor dient. De stoeltjes eromheen bieden zo nog meer mensen een goed zicht op de 25-jarige Londenaar, die in een paar jaar is uitgegroeid tot een van de succesvolste popzangers ter wereld.

De Amsterdamse Ziggo Dome is twee keer uitverkocht voor de man die in houding van Rodins beeldhouwwerk  de Denker voorovergebogen op een stoeltje zijn optreden aanvangt met een slepende ballad. Burning is een mooi voorbeeld van een typische Sam-Smith-ballad. Een klaaglijk, beetje huilerig liedje dat gedragen wordt door Smiths krachtige, soulvolle stem.

En daar is dan ook de band die achter hem plaatsneemt, aangevuld door een vierkoppig koortje. Er is meteen een aangenaam soort intimiteit, ongetwijfeld mede veroorzaakt door de opmerkelijke podiumopstelling. Maar ook door de warme, naturelle voordracht van Smith zelf. Het probleem met zijn liedjes, dat zich vrij snel opdringt, is echter dat ze allemaal hetzelfde wat trage tempo hebben. Ze  veinzen een soort drama dat er nooit helemaal uitkomt. Dat ligt minder aan Smith dan aan de liedjes zelf; die zijn gewoon niet sterk genoeg.

Smith kijkt er na ieder liedje bij alsof hij een cijfer van de denkbeeldige jury verwacht. Maar de respons bestaat vooral uit luidruchtig meisjesgegil

Als Smith na drie nummers waarschuwt dat zijn muziek misschien wat te depressief kan zijn en dat hij er live juist iets opbeurends van wil maken, kondigt hij ongewild zijn zwakke punt aan. Want opbeurende liedjes, daar schort het vanavond aan.

Smith zwelgt graag in zijn eigen sores. Hij is ook op zijn best als hij echt even de diepte in gaat. Zoals in Scars, waarin hij, alleen begeleid door zijn gitarist, echt iets van zijn heimwee (die hem tot het liedje dreef) voelbaar weet te maken.

In de andere liedjes raakt hij wel aan diepere emoties, maar worden die vaak net te plat of te overdadig verklankt.

Writing's on The Wall verzuipt in kitscherige arrangementen, en de ballad die Smith van de Disclosure-stamper Latch maakt, moeten we ook maar als een vergissing beschouwen.

Smith kijkt er na ieder liedje bij alsof hij een cijfer van de denkbeeldige jury verwacht. Maar de respons bestaat vooral uit luidruchtig meisjesgegil. Anders dan landgenote Adele, met wie hij vaak vergeleken wordt, heeft Smith toch vooral een jong publiek. Dat krijgt waar het voor komt: charmant gezongen, melodramatische liedjes. Maar je zou willen dat iemand met zo'n machtige stem wat opzwepender liedjes schrijft of zoekt. Smith houdt nog te veel vast aan dezelfde sentimenten om echt meeslepend entertainment te kunnen bieden.