Dirigent Jaap van Zweden.
Dirigent Jaap van Zweden. © ANP

Bruckners Achtste door Jaap van Zweden blijft een koele weergave van een diep bewogen compositie

Concert (klassiek) - Bruckner: Achtste symfonie

Technisch gezien is het tot in de puntjes uitgewerkt, maar het blijft een koele weergave van emotionele noten. Van Zweden laat de verschillende groepen in het orkest schitteren, maar komt niet helemaal los van het aardse.

Bruckner: Achtste symfonie (***)
Klassiek
Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Jaap van Zweden. 2/5, Concertgebouw, Amsterdam. Herhaling: 6/5.

Zie ze glanzen, de tuba, de trombones en de trompetten die over de volle breedte van het podium staan opgesteld. Links daarvoor een pluk wagnertuba's, met een klank die ligt tussen die van een hoorn en een trombone in, en daar weer voor drie harpen. Het is Brucknertijd bij het Koninklijk Concertgebouworkest, en dat betekent dat alles uit de kast wordt getrokken.

Jaap van Zweden, de dirigent die deze zomer aantreedt als chef van het New York Philharmonic, staat voor het orkest waar hij bijna vier decennia geleden begon als concertmeester. Soepel wiegend vanuit zijn knieën en met wijd wiekende armen leidt hij zijn voormalige collega's door Bruckners Achtste symfonie (voor de kenner: de door de componist zelf herziene versie uit 1890). Glashelder zijn ze, de gebaren waarmee hij de grootste en meest magistrale van alle Brucknersymfonieën neerzet. Weloverwogen is de keuze van zijn tempi. Met het Concertgebouworkest zit het gedroomde Brucknerensemble aan zijn voeten: alleen al voor de hoornsolo's zou menig toporkest een moord doen.

Glashelder zijn ze, de gebaren waarmee Van Zweden de meest magistrale van alle Brucknersymfonieën neerzet

Even was er dan toch die Bruckneriaanse magie

En toch komt de diep bewogen compositie niet helemaal los van het aardse. Van Zweden laat de verschillende groepen in het orkest schitteren, maar maakt niet duidelijk dat achter al dat moois nog een spirituele betekenis schuilgaat. Na een sfeervolle opening loopt het eerste deel uit op een blinkende demonstratie van de veelheid aan texturen die het orkest kan produceren. Technisch is het tot in de puntjes uitgewerkt, maar het blijft een koele weergave van emotionele noten, zelfs als drie harpen naar de hemel reiken.

Het overtuigendst klonk Van Zweden in het langzame, derde deel. Even was er dan toch die Bruckneriaanse magie. Kalm opgebouwd vanuit de strijkers, klonk verwachtingsvol een eenzame hoorn. En ook in de houtblazers was er een moment van volmaakte verstilling.

In New York wil Van Zweden alleen al in zijn eerste seizoen zeven wereldpremières brengen. Het is te hopen dat hij zich de komende jaren de rust gunt die nodig is om te kunnen uitgroeien tot een groot Brucknerdirigent.