Premier Mark Rutte bij Alpha, het grootste speelgoedbedrijf van China dat in 2018 naar Nederland komt.
Premier Mark Rutte bij Alpha, het grootste speelgoedbedrijf van China dat in 2018 naar Nederland komt. © ANP

Rutte, bekommer je om Chinese investeringsdrift

Ruttes pleidooi in China tegen handelsprotectio­nisme maakt ons bedrijfsleven kwetsbaar, betoogt Friso Stevens.

Op het Chinese Boao Forum sprak premier Rutte eerder deze maand een vurig pleidooi uit voor een vrij en eerlijk internationaal handelsregime. De nadruk lag echter vooral op het eerste, en moet worden gezien in de context van de door de Verenigde Staten geïnitieerde handelsfricties met China.

Dat Rutte koos voor het 'Chinese Davos' om te ageren tegen handelsprotectionisme is opvallend, temeer gezien zijn speech inhoudelijk nauw aansloot bij de retoriek van president Xi Jinping. Rutte onderschreef in zijn bijdrage de Chinese slogan van het forum aangaande een open en innovatiegerichte wereldeconomie. Protectionisme was volgens de liberale premier een kwalijke reflex, die niet alleen gedeelde welvaart maar ook gedeelde ideeën in de weg staat.

Hoewel de bevordering van vrijhandel staand beleid is van opvolgende Nederlandse regeringen, is het saillant dat Rutte in dit kader de digitale industrie en de overdracht van kennis uitlichtte. Sinds in 2016 een reeks van Chinese overnames veel commotie veroorzaakte onder West-Europese bedrijven en beleidsmakers, is er in Europa namelijk een debat gaande over waar de grenzen van vrijhandel dienen te liggen, in het bijzonder als het gaat om de overdracht van hoogtechnologische kennis.

Na een brief hiertoe van Duitsland, Frankrijk en Italië, presenteerde de Europese Commissie in september een wetsvoorstel om Chinese investeringen in EU-verband te kunnen screenen. Kern van het wetsvoorstel, en de bezwaren van de drie EU grootmachten, is het bestendigen van het toekomstige Europese concurrentievermogen, daar Europese bedrijven vaak worden geconfronteerd met impliciete sturing en ambigue financiering door de Chinese partijstaat.

Of het verstandig is om Nederland zo sterk te positioneren als de absolute vrijhandelskampioen van de EU is de vraag

Recent onderzoek van onder andere Instituut Clingendael heeft laten zien hoe de miljardeninvesteringen uit China zijn te herleiden tot een nauwgezet plan genaamd Made in China 2025. Staatsgeleide en op het oog private ondernemingen en investeringsmaatschappijen volgen bij hun internationale investeringen dus Beijings algemeen geformuleerde beleidsdoelen.

De strategie is erop gericht om China in zeven jaar de dominante speler in het hoogtechnologische spectrum te laten zijn. Naast massale staatsinvesteringen in de eigen digitale en hightechindustrie is het opkopen van toonaangevende westerse bedrijven hier een belangrijk onderdeel van. Dit terwijl China haar markt veelal afschermt voor overnames en competitieve investeringen, en eerlijke concurrentie op de Chinese markt bemoeilijkt.

Paradoxaal genoeg strijdt China tegelijkertijd fel tegen protectionisme sinds de regering-Trump tegenmaatregelen heeft aangekondigd in de vorm van handelstarieven. De onderliggende zorgen en frustraties die deels hebben geleid tot de uitverkiezing van Donald Trump, worden echter breder gedeeld dan alleen de America First-protagonisten.

Mede naar aanleiding van de toegenomen binnenlandse repressie onder Xi Jinping en een assertiever buitenlands beleid, lijkt het debat onder zowel Amerikaanse als West-Europese politici, beleids- en opiniemakers definitief te zijn gekanteld ten faveure van een meer sceptische benadering van de Chinese intenties. Daar waar Europa zich lang kon onttrekken aan de Sino-Amerikaanse machtsstrijd over de normen en het handelen binnen de liberale wereldorde, lijken in ieder geval de leidende economieën Duitsland en Frankrijk nu de Amerikaanse consensus te naderen als het gaat om handel.

Nederland, bij monde van premier Rutte, heeft op het Boao Forum dus duidelijk voor een afwijkende koers gekozen. Of het verstandig is om Nederland zo sterk te positioneren als de absolute vrijhandelskampioen van de EU is de vraag.

Hoewel Nederland de vijfde exporteur ter wereld is en hierdoor voor een groot deel afhankelijk is van een zo open mogelijk internationaal handelsregime, is het onwaarschijnlijk dat zij in haar eentje tegenwicht kan bieden aan de Frans-Duitse consensus, een rol die Groot-Brittannië traditioneel speelde.

Verder zou de nieuwe consensus als het gaat om Chinese intenties juist tot het inzicht moeten leiden dat de spelregels en relatieve machtsverhoudingen, en dus mondiale invloed op normen en handelswijzen, sterk veranderd zijn. Ruttes keuze om de gevestigde koers aan te houden miskent de gevolgen voor Nederland en Europa op de lange termijn, en lijkt vooral ingegeven door liberaal-economisch dogma.

Tot slot kan deze koers een verhoogde kwetsbaarheid voor het Nederlandse bedrijfsleven opleveren. Nederland is een van de weinige West-Europese economieën zonder screeningsmechanisme; de Nederlandse bureaucratie heeft de Chinese investeringsdrift vooralsnog maar weinig gelegen laten liggen.

Gezien het impliciet gecoördineerde plan van de Chinese partijstaat zou Nederland, wanneer vergelijkbare hoogtechnologische sectoren in Europa onder vergroot toezicht staan, in toenemende mate als ankerpunt voor Chinese investeringen kunnen gaan fungeren.

Friso Stevens is promovendus aan het Institute of Security and Global Affairs van de Universiteit Leiden.