Cecil Taylor in 1976 op het Northsea Jazz Festival in Den Haag.
Cecil Taylor in 1976 op het Northsea Jazz Festival in Den Haag. © ANP

Cecil Taylor (1929-2018), de freejazzpionier die kuilen groef in de piano

Cecil Taylor, de vrijdag op 89-jarige leeftijd overleden Amerikaanse pianist, behoort tot de Grote Vier van de freejazz, de stormachtige jazzvariant die in de jaren zestig in Amerika gestalte kreeg.

Naast de saxofonisten Ornette Coleman, Albert Ayler en John Coltrane was het Taylor die jazz een nieuwe, niet door iedere liefhebber gewaardeerde richting opduwde - een waarin improvisatie centraal stond.

Dat deed hij met compromisloos hard maar ook uiterst exact spel, dat een criticus ooit typeerde als 'kuilen graven in de piano'. Taylor zag de piano allereerst als een slagwerkinstrument, samengesteld uit '88 gestemde drums'. Niet voor niets verkoos hij de extra grote Bösendorfer Imperial boven de populaire Steinway-vleugel. Tot zijn frustratie speelde Taylor in het begin van zijn loopbaan overigens maar zelden op een goede piano. Zaaleigenaren stelden hun Steinways alleen beschikbaar aan klassieke pianisten, en ofschoon Taylor een klassieke opleiding volgde aan het New England Conservatory werd hij uitsluitend met jazz geassocieerd.

Al op zijn debuut Jazz Advance (1956) maakte hij duidelijk geen jazz van het gezellige soort te willen spelen. Zijn bewerking van Thelonious Monks Bemsha Swing was even lucide als ontregelend. Op platen die volgden, zoals Looking Ahead (1959) en Conquistador! (1966), leefde Taylor zich uit in de meest fantastische harmonische en ritmische vondsten. Met zijn ongewoon grote intervallen imiteerde hij naar eigen zeggen 'de sprongen van balletdansers'.

Taylor werd hoog gewaardeerd door collega's. De Canadese pianist Glenn Gould, befaamd om zijn Bach-vertolkingen, zei over hem: 'Dit is wellicht het meest formidabele pianospel dat mijn oren ooit hebben gehoord.'

Desondansk duurde het lang voor de bredere erkenning kwam. Cecil Taylors virtuositeit was onmiskenbaar, maar veel luisteraars en clubeigenaren hadden moeite met zijn hamerende, breed uitwaaierende spel.

Samen met drummer Sunny Murray en saxofonist Jimmy Lyons beproefde hij begin jaren zestig zijn geluk in Europa. De eind vorig jaar overleden Murray was als begeleider van Albert Ayler wel wat gewend, maar zou jaren later nog beweren dat zijn associatie met Cecil Taylor hem vooral werk had gekost.

Jimmy Lyons bleef Taylor decennia lang trouw. Na Lyons' dood in 1986 gaf Taylor vooral solo-optredens. Het zijn ook soloplaten als Garden (1981) waarop zijn kracht en uniciteit het best tot hun recht komen.

Makkelijk werd Taylor nooit. Drummer Han Bennink zei over zijn samenwerking met de veeleisende pianist: 'Je krijgt niks terug en tegelijkertijd krijg je alles.'

Cecil Taylor bleef tot op hoge leeftijd optreden, al steunden zijn concerten in later jaren vooral op sjamanistische klankpoëzie en dans.

Het respect bleef niet uit: in 2016 eerde het New Yorkse Whitney Museum hem met een expositie en concerten.