De arbeidsmarkt beleefde door de aangetrokken economie een voorspoedig jaar.
De arbeidsmarkt beleefde door de aangetrokken economie een voorspoedig jaar. © ANP

Beschikbaar inkomen groeit minder hard dan economie

De economie groeit harder dan het besteedbare inkomen van Nederlanders. Tegelijkertijd wordt de arbeidsmarkt steeds krapper, omdat de hoeveelheid werkloze personen daalt en het aantal vacatures juist stijgt. Dat blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek over de Nederlandse economie in 2017.

Het Nederlandse bruto binnenlands product (bbp) steeg vorig jaar met 3,2 procent. Dat is de hoogste toename in de waarde van goederen en diensten sinds de crisis. De economische groei leunde vooral op de export, maar Nederlanders consumeerden en investeerden ook meer.

Waar de economie groeide met ruim 3 procent, nam het netto reëel beschikbaar inkomen (het totaalbedrag wat gespaard of besteed kan worden) echter met maar 1,5 procent toe. De gemiddelde Nederlander merkt dus minder van de groeiende economische welvaart. De ongunstige ontwikkeling van het beschikbaar inkomen ten opzichte van het bbp is al zo sinds het begin van de eeuw, maar nam in 2017 nog verder toe.

Een voorspoedig jaar

De arbeidsmarkt beleefde door de aangetrokken economie een voorspoedig jaar. Meer dan tien miljoen werknemers en zelfstandigen hadden een baan: dat getal was nooit eerder zo hoog. Ook daalde het gemiddelde aantal werklozen en steeg de hoeveelheid openstaande vacatures. Ruim 430 duizend mensen waren op zoek naar werk, een daling van meer dan 100 duizend ten opzichte van het jaar ervoor. 

Het werkloosheidspercentage zakte dan ook tot 4,9 procent, het laagste niveau sinds de crisis. Tegenover elke openstaande vacature (ongeveer 200 duizend) stonden in het vierde kwartaal van 2017 gemiddeld 1,8 werkloze personen. Dat betekent een grotere spanning op de arbeidsmarkt dan 5 jaar geleden, want toen stonden tegenover elke vacature gemiddeld 7 werklozen.

Sinds 2009 groeide de Nederlandse economie met 11 procent, waarmee ze ten opzichte van de andere Europese landen enigszins achterbleef. De gemiddelde economische groei van de 28 EU-lidstaten was 13 procent. De Nederlandse economie heeft de Franse en Belgische economie de afgelopen jaren echter wel ingehaald.