Roman Café De Waarheid is een ode aan de buitenstaander
©

Roman Café De Waarheid is een ode aan de buitenstaander

Boek (fictie) - Mark Boog

Mark Boog: Café De Waarheid. Cossee; 192 pagina’s; € 19,99. ***

Als heel Utrecht zich klaarmaakt om aan de dag te beginnen, sleept Jim - werkloos, verlaten door zijn vrouw - zich uit Café De Waarheid naar huis om een laatste biertje te drinken en een gat in de dag te slapen. Dit 'afvoerputje van de nacht', waarin de droesem van de stad zich verzamelt, is zijn veilige haven, een plaats buiten de tijd die geen regels kent, behalve die van de gewoonte - u kent het fenomeen.

De personages van schrijver en dichter Mark Boog (1970) blinken uit in lamlendigheid, in mislukkingen, waarvan ze de lezer droogjes deelgenoot maken. Dat is in zijn zevende roman niet anders. Jim besluit zijn kale, onverwarmde woning te verlaten (gas en licht zijn al tijden afgesloten) en zich te voegen bij kroegvriend Bertus, die zich buiten neervlijt als 'een makreel op het rooster van een vervuild rookoventje'. Nu hoeft Jim de schijn niet meer op te houden.

Het Utrecht van Jim blijkt een hardvochtiger, onverschilliger versie van de echte stad. Overal op straat zijn uniformen, er hangen metershoge portretten van 'het staatshoofd' aan de gebouwen en indringers verdwijnen achter hekken. Daklozenopvang bestaat niet meer. Als 'de kathedraal' half instort tijdens een storm, is het unheimische gevoel compleet.

Jim krijgt een vast pleintje, met een eigen nis en een lelijke, stinkende zwerfster die geen woord spreekt maar hem wel gezelschap houdt (en haar lichaam ter beschikking stelt). Hij vindt het prachtig. Meer dan ooit voelt hij zich onderdeel van een groter geheel, de daklozen zijn 'als de historische, vermoeide gebouwen die de stad haar karakter verlenen'; als de stad zelf. Maar ook in dit thuis 'naast de wereld' is uiteindelijk niet te ontkomen aan keuzes en verantwoordelijkheden.

Met Café De Waarheid heeft Boog een ode geschreven aan de buitenstaander die zich voor alles afsluit, maar tegelijkertijd niets liever wil dan meedoen aan het leven waarvan hij gruwt. Daarin overtuigt hij niet helemaal. De beschrijvingen van het nachtleven zijn niet vrij van clichés en het wat en waarom van zijn dystopische Utrecht blijft raadselachtig. Maar de heldere beeldende stijl maakt veel goed.