Dagboekfragment: grote vreugde, want Nederland is bevrijd
© ANP

Dagboekfragment: grote vreugde, want Nederland is bevrijd

Dagboek

Erik van den Berg deelt dagelijks een opmerkelijk fragment uit zijn verzameling historische dagboeken.

Waalre, 4 mei 1945

Ik liep naar buiten. Ik zag overal in het avondlijk licht menschen loopen van deur naar deur, van tuin naar tuin, als in een schrik - en we wisten hoe de schrik vreugde was. Trillende en ongeduldige handen heeschen de vlag. Wij hadden een Meischen lenteavond, zooals Nederland dien kent, met buien en vlagen, luw reeds van den komenden zomer.

En toen de vlag, door den avondwind dadelijk ontplooid, zich ontspande tegen de reeds duisterende wolken van den hemel, toen doorbrak de vreugde allen aandrang van bevangenis tot dat openstroomend, overweldigend machtig besef der eindelijk zegevierend feit geworden vrijheid van het vaderland.

Wij hebben in onzen aard die niet te onderschatten deugd onzer nuchterheid, hoe heeft die ons niet gewapend tegen het Duitsche pathos, dat er altijd tegen bezweek! De Nederlander komt niet gauw uit den plooi en doet niet gauw dolzinnig van blijdschap. Maar het pantser dier nuchterheid bezweek voor de branding van zulk een vreugde: de menschen lieten zich tot onstuimigheid gaan.

Tijdens onzen langen ongeluksnacht heb ik wel dikwijls naar het gezongen Wilhelmus uit Londen geluisterd in wintermaanden, met alleen het licht van het radiotoestel in de donkere kamer. Dan was in de westerwinden over de duisternis der zee en als uit de schoot onzer historie zelf het opzwellen van dit gewonde smeeken te hooren, als het blaten eener verlaten kudde - een gedachten-samenhang met dien ontroerenden regel: oorlof mijn arme schapen die zijt in grooten nood. Het kent den jubel in deemoed, den jubel van nu, waarin de bede verhoord is: Nae 't suer zal ick ontfanghen van Godt mijn heer dat Soet.

Antoon Coolen (1897-1961), Nederlandse romanschrijver. Ingekort fragment uit Bevrijd Nederland. Nijgh & Van Ditmar, 1946.